Luchtbehandeling

Een slecht binnenklimaat in gebouwen kan leiden tot de meest uiteenlopende klachten bij de gebruikers. Te denken valt aan oog-, neus- en keelirritaties, hoofdpijn, vermoeidheid, geuroverlast en verhoogde gevoeligheid voor bepaalde stoffen.

 

De bouwvoorschriften van de overheid zijn in de afgelopen twintig jaar ook flink aangescherpt op het gebied van binnenklimaat. Wat de nieuwbouw betreft heeft dit geleid tot strenge normen ten aanzien van de isolatie. Met name door deze verbeterde isolatie is de natuurlijke ventilatie vaak niet langer voldoende om in leefruimtes binnen gebouwen voldoende verse lucht aan te leveren. Mechanische ventilatie is daardoor noodzakelijk geworden.

 

Luchtbehandeling met mechanische ventilatie

Bij luchtbehandeling systemen met mechanische ventilatie kan het debiet worden geregeld door een toevoer- of afvoerventilator met instelbaar toerental, de snelheid van een ventilator kan geregeld worden door een sensor. Het meest voorkomend zijn de sensoren die de concentratie CO2 of de relatieve vochtigheid (RV) meten, vergelijken met een ingestelde waarde en zo een ruimte behoefte afhankelijk kunnen ventileren.

 

Balansventilatie met warmteterugwinning (WTW)

Bij ventilatie is de afgevoerde lucht vaak warmer dan de aangevoerde en leidt ventilatie dus tot warmteverlies. Als luchtafvoer en -aanvoer kruisen dan kan men een warmtewisselaar tussen deze luchtstromen plaatsen. De warmte van de afgevoerde lucht wordt hiermee overgedragen aan de instromende, koudere lucht. Deze wisselaars halen rendementen hoger dan 90% waardoor het warmte verlies beperkt wordt.

Een ventilatiesysteem met balansventilatie is gebaseerd op het creëren van een evenwicht tussen aan- en afvoer van lucht in een gebouw. De vuile en vochtige lucht uit het gebouw wordt afgevoerd. Dezelfde hoeveelheid schone lucht wordt via een warmtewisselaar voorverwarmt en wordt ingeblazen. Evenveel eruit als erin. Daarnaast wordt de verse buitenlucht ook gefilterd.

 

Comfortabel binnenklimaat

Een binnenklimaat van een ruimte, en de mate waarin de gebruikers deze als comfortabel beoordelen, wordt vooral beïnvloed door twee aspecten: Ten eerste de temperatuur en ten tweede de frisheid van de lucht. Bij het eerste gaat het om temperatuur in de ruimte, maar ook zaken als tocht of binnenvallende zon spelen hier een rol. Bij de frisheid van lucht betreft het bijvoorbeeld onaangename geuren een rol en de concentratie CO2 in de ruimte. Hoe meer CO2, hoe minder de luchtkwaliteit.